Type your search keyword, and press enter

Blue Mulsanne

Jullie hebben wellicht gemerkt dat ik de laatste tijd niet aanwezig was op Facebook. Ik was alles even helemaal beu. Op mijn persoonlijke account ben ik niet meer actief. Als het leven al zo aan je voorbij raast, is het niet handig als je een paar uur per dag op je telefoon aan het scrollen bent op zoek naar de laatste nieuwtjes. Vaak verpakt in leuke foto’s van volmaakte momenten; een verjaardag, de vrijdagmiddagborrel, een strandwandeling met het hele gezin. Of een leuke vakantie.

Natuurlijk ga ik ook wel eens een paar dagen weg. Maar als ik dan de leuke boswandelingen en All-you-can-eat avonturen van de schijnbaar volmaakte gezinnen zie, geeft dat me op den duur een nare bijsmaak. Die van mierzoete taart over de datum, een flinke slok strorum en een snuf minderwaardigheidscomplex. Het gras daar is weelderig groen, hier is het een verdord veldje met wat verdwaald zwerfvuil. Ik wil zo graag passen in het ideaalplaatje. Ik wil die leuke moeder zijn die vol energie van alles met haar kroost onderneemt. Die nooit ongeduldig is. Altijd een glimlach op haar gezicht heeft.

Maar jee, wat een rust gaf het deze herfstvakantie niet geconfronteerd te worden met al die collages van verzamelde bosschatten, dampende stoofschotels en in warme truien en konijnensloffen gehulde rozige hummeltjes. Zeker als je je bedenkt dat mijn
hoogtepunt deze vakantie was dat ik “Starboy”, “Jump Around” en “Lose yourself” mee heb leren rappen in de karaokeversie op Youtube.

Zit je dan als vrouw van bijna veertig op de rand van je bed in de stacaravan. De boel de boel latend. Zeg maar gerust negerend. De zesjarige krijsbal die in de badkamer blijft tot ze de door mij uitgezochte outfit aanheeft. De achtjarige stuiterbal die boeren, scheten en het produceren van andere wanstaltige geluiden tot lokale topsport heeft verheven. En dit het leukst vind als anderen daar op reageren.

Ik trok me terug van dit tafereel en zong de wereld vergetend met de telefoon op het uiterste volume:
“All the pain inside amplified by the
Fact that I can’t get by with my nine to
Five and I can’t provide the right type of
Life for my family ‘cause man, these God damn food stamps don’t buy diapers”

En prevelde de in “Starboy” ver van de trailertrash afstaande situatie: “I’m in the blue Mulsanne bumping blue edition”. En op dat moment zit ik ook gewoon in die Mulsanne. Voel ik me als Abél Makkonen Tesfaye; één hand aan het stuur en een dikke gouden ketting om mijn nek. Maar als we richting de Jumbo rijden omdat we de eieren zijn vergeten, rij ik toch gewoon weer in mijn Renault Clio. Met de in neonoranje gestoken krijsbal en uur in de wind stinkende wereldrecordhouder op de achterbank.

All-you-can-eat slaan we even over. In ieder geval tot ze een kwartier op een stoel kunnen zitten en de vele mogelijkheden van bestek (zwaard, katapult) achter zich hebben gelaten. Die boswandeling komt op het moment dat ik ’s ochtends niet als een dweil wakker wordt en blij wordt van de gedachte aan lopen, nog meer lopen, modder, verkleumde vingers, kleffe broodjes, natte konten, lopen, lopen, zeuren, huilen, strompelen, een kofferbak vol zompige rotzooi en McDonalds.

En nu ik het groene gras op zwart heb gezet, lijkt het er meer dan ooit van te komen.

Kryptonite

Ik loop door de hal van het Centraal. Het netwerk van de vele gangen en trappen komt op me af. Het piepende geluid van remmende en vertrekkende treinen en de omroepen voor vertragingen galmen door de koepelakoestiek. De mensen kijken me aan. Ik vul de blije, geïrriteerde en verdwaasde blikken in met denkbeeldige tekstballonnen. Alle oordelen over mij passen er amper in en ze zwellen op tot ze tegen de bogen van het van plafond drukken.

Ook mijn eigen tekstballonnen nemen toe in omvang en gaan van mug naar olifant; het kritische stemmetje dat me onderuit haalt, mijn niet gevulde maar toch overvolle agenda, alles wat ik wel of juist niet moet. Het hangt als een constante dikke mistwolk om me heen en ontneemt me mijn zicht.

Verlamd door mogelijkheden, beren op de weg en mogelijke beren op de weg, blijf ik zo lang mogelijk staan op een veilig punt. Maar de wereld raast om me heen en ik moet verder. Strohalmen aanpakkend en lichtpuntjes volgend raas ik in een plots ontstoken impulsiviteit voorzichtig mee door mijn witte wattenbrij naar bestemming onbekend.

Ik heb altijd gedacht dat het ADD was. Met een vleugje autisme misschien. Maar vanaf vorige week mag ik er officieel een H-tje tussenplakken. Hij danst op en neer tussen de A, D en D op het papiertje voor me. De ronde 10 milligrampilletjes temmen de letters van mijn diagnose. En halen de scherpe randjes van de rechthoek die voor me op tafel ligt; duizenden puzzelstukjes vallen op hun plek en vangen mijn innerlijke onrust helder en duidelijk in één enkel beeld.

De straten door

Egmond aan Zee, Artis, Efteling en lekker eten en drinken op zonovergoten terrasjes. Heerlijk natuurlijk. Maar mijn kinderen vinden het minstens zo heerlijk de hele dag in de speeltuin te ravotten met vriendjes en vriendinnetjes.

Soms op heelies, dan weer met een voetbal. Stokken worden geslepen op halve bakstenen die zijn blijven liggen na de renovatie in de straat. Om vervolgens als speer te worden ingezet in de jacht op de vijand. Blaadjes en droge aarde in een beslagkom wordt een grabbelbak. De buit na een hoopvolle graai? Een kiezel glinsterend als een diamant.

Vandaag heeft Pele een dagje pretpark gehad in de speeltuin. De sisal relaxschommel deed dienst als achtbaan en draaimolen. Vervolgens is ze nog in het spookhuis geweest. Dat is het houten huisje in het midden waar ze dikwijls van de glijbaan sjeesen of schuilen tijdens een plensbui.

De hoogtepunten deze vakantie zijn toch wel de picknick op het pleintje met een aantal buurkids en het late opblijven en de straat door op de fiets om weer ergens te blijven plakken en nog een ijsje te krijgen. Heerlijk!!

Summerbody

Op dagen als vandaag, als het kwik ineens in volle vaart de lucht inschiet, weet ik het even niet meer. De druilerige dagen heb ik doorgebracht in oversized shirtjes, genietend van chocoladetaart en mierzoete drankjes. Maar deze shirtjes zijn net zo veranderlijk als het weer. Ze gaan binnen no-time van comfortabel naar naveltruitje met opgerekte opdruk. Hippe teksten vallen weg in een op elkaar geperste bergketen ergens tussen mijn borsten en buik.

Niet echt ‘the summerbody’ die ik in gedachten had toen ik mij aanmeldde op de sportschool. Eerlijk is eerlijk; ik ging er te weinig naartoe de laatste weken. En zo’n body krijg je niet door er heel hard aan te denken. Nu de kinderen vakantie hebben, zal het er helemaal niet van komen. Op deze manier ben ik waarschijnlijk pas tegen het najaar redelijk bikiniproof. Tijd voor een plan B dus.

Mijn koelkast is vandaag gevuld met onder andere courgettes, broccoli, venkel, perziken en appels. Vanaf morgen ga ik, in ieder geval een week, leven op groentesap, salades en soepen. De boodschappenlijstjes uit mijn kookboekcollectie in de categorieën ‘supersnel afvallen’ en ‘detox’, heb ik laten varen. Ik wil iets gemakkelijks wat betaalbaar is. Dus een soep met twee groenten, bouillonblokjes en een staafmixer. Sapjes gemaakt op gevoel waardoor ik niet meer hoef aan te schaffen dan nodig.

Zodat ik straks weer leesbare shirtjes aankan. En een badpak ofzo. Dan ben ik al een heel blij meisje.

Nice

Het is onmiskenbaar het geklepper van Pele. Ze rammelt de brievenbus er bijna uit van frustratie. Op hoge poten in haar afgesleten roze gymschoentjes stormt ze naar binnen. In de speeltuin ging het mis. Ze had ruzie met een vriendje nadat ze hem op zijn duim raakte met voetbal. Per ongeluk. Ik stel haar gerust en zeg haar dat we dan gewoon even naar hem toelopen, zodat ze het kan uitleggen. Dan komt het vast goed.

We steken de straat over. Het jongetje komt ons al tegemoet lopen.
“Sorry”
“Oké”

Ze pakken het balspel weer op en voetballen vrolijk verder. Daarna volgen nog een paar van dit soort akkefietjes. Die deed dit, die deed dat. Maar alles is op te lossen. Meestal door de kinderen zelf en in een enkel geval met een ouder erbij. Alles in een gemoedelijke sfeer.

Na een actieve middag op het pleintje zit Pele uitgeteld op de bank. Haar knieën onder de zwarte vegen en haar losse haar wild om haar gezicht. Ik kijk naar haar. Ik zie een vijfjarig meisje in een zelf uitgekozen ratjetoe aan kleding. Een onbevangen brokje liefde in glitter, bloemetjes en streepjes.

Op de vraag of ik wel kinderen op de wereld had moeten zetten, die vandaag meerdere keren voorbij kwam, kan ik dit zeggen. Ik denk dat onze kinderen voortbrengen wat wij hen leren. Hoe je op een vreedzame manier dingen met elkaar oplost. Hoe je het niet altijd met een ander eens hoeft te zijn om toch respect voor elkaar op te brengen.

Onze kinderen zijn de toekomst. Liefde overwint alles.

Internet terreur

Damn! Gaan we ons nu ook al zorgen maken om de kus van Victoria Beckham aan haar dochter? Soms wil ik nog wel verder lezen na een kritische kop boven een artikel, maar die moeite wilde ik nu niet eens nemen. Ik kan me namelijk nog een tijd herinneren dat deze mevrouw onderdeel was van The Spice Girls en in veel te korte rokjes hele foute liedjes stond te zingen. Hoe kan het dat ze daar mee wegkwam en zich nu moet gaan verontschuldigen en verdedigen voor haar oprechte liefde voor haar kroost?

En moet ik hier eigenlijk iets van vinden? Ik vind al zo veel. Te veel. Mijn mening doet ertoe, maar ook weer niet. Iedereen heeft zo zijn eigen kijk op allerhande zaken. Vaak is het heel vermakelijk in een zinloze discussie te belanden. Vaak. Niet altijd. Soms is het echt tenenkrommend. Vaak ontstaat er heel veel ophef onder berichten waar het fout afloopt met kinderen. Want het moeten haast wel zeer onverantwoordelijke en onoplettende ouders zijn. En uiteraard weet iedereen het beter en zal zoiets hen nooit overkomen.

Op een scherpe rotdag zal ik er dan ook alles aan doen deze opmerkingen te ontkrachten. Niet om mee te blaffen of om een discussie te winnen. Maar vooral om de ronduit kwetsende verwensingen en uithalen van het internet af te krijgen. In de hoop dat iemand zich eens flink achter de oren krabt en besluit zijn of haar bijdrage te verwijderen. Want vroeg of laat krijgt de verdrietige moeder of vader in kwestie, of iemand met een vergelijkbaar verhaal, dit te lezen. Alsof het niet al hartverscheurend genoeg is dat een driejarig jongetje wordt verslonden door een krokodil of een puber niet meer thuis komt na een avondje stappen.

Iemand met bot en ondoordacht commentaar de mond snoeren, ik kan daarin heel ver gaan. Ik pluis iemands tijdlijn uit en schroom niet een tegenaanval in te zetten met ‘hun eigen denkwijzen en opvattingen’. Zo vraagt het om een reactie als iemand een omslagfoto heeft van Bob Marley vergezeld met de woorden ‘One love’ en dan vervolgens als cyberheld mensonterende woorden spuit als het om vluchtelingen gaat. Dan heb je het toch ergens niet helemaal begrepen ofzo.

Maar om me nu in alle discussies te mengen, nou nee. Als je het genuanceerd kunt brengen zonder het respect voor je medemens uit het oog te verliezen is er natuurlijk niets mis mee je hart te luchten. Ik kan het niet. Respect opbrengen wel hoor, maar ik krijg een hartverzakking van mijn eigen hartslag. Ik kan me namelijk zo opwinden dat die boven de 150 uitkomt met een minimale extra inspanning van mijn vingers over het toetsenbord.

We hebben de laatste weken het EK weer gevolgd. Dat is misschien wel het beste voorbeeld van hoeveel verschillende zienswijzen er zijn. En hoe iedereen denkt de waarheid in pacht te hebben als ze allemaal losbarsten in de derde helft. Over welke spits de beste voorzet heeft gegeven, wie er beter op de reservebank had kunnen plaatsnemen waarom de bondscoach van Duitsland in zijn broek zat te graaien. Bijna nooit worden ze het met elkaar eens.

Maar zijn we niet allemaal een Johan Derksen als het gaat om het dagelijks leven? We weten allemaal heel goed wat iemand in een bepaalde situatie zou moeten doen en weten zeker dat wij het er een stuk beter vanaf zouden brengen. Zo zouden wij ons nooit zo’n fout permanentje als de buurvrouw laten aanmeten en zeker met een gezondere traktatie komen dan waar de moeder van Pietje mee op de proppen kwam.

En ook over publieke personen en opmerkelijke situaties steken we het niet onder stoelen of banken. Hadden wij juist wél verdovingspijlen ingezet om de gorilla in een dierentuin uit te schakelen, zijn wij voorstander van zwarte piet óf regenboog piet, zouden we borstvoeding geven tijdens de huwelijksceremonie óf ons kind een half uur laten jengelen en vinden we Pokémon Go absolute onzin óf onwijs leuk tijdverdrijf.

Ach ja..

Wie dit leest is gek

Ik word de trap op gestuurd. Zei ze nou links of rechts? Links staat een koffieautomaat, maar verder geen stoelen. Het lijkt me stug dat er na de bezuinigingen geen budget meer is voor meubilair, dus ik gok erop dat ik verderop de hoek om moet. Ik vervolg het pad langs de spreekkamers en kom uiteindelijk bij de wachtkamer.

Ietwat rood aangelopen door mijn sprintje neem ik plaats op een leren bank. De auto heb ik uiteindelijk maar op een bedrijventerrein gezet met een wegsleepregeling. Dit na een rondje parkeergarage die wel erg vol stond en waar het me bovendien al rijdende te binnenschoot, dat ik geen pinpas bij me heb. Die is uiteraard wel wenselijk voor een uitrijticket.

Maar goed, de verwijzing van de huisarts lijkt me reden genoeg om er rekening mee te houden dat ik vijf minuten later ben. En dus ben ik dat.
Tal van gedachten dwalen rond in mijn hoofd terwijl ik afwisselend naar de klok en het schoolbord voor me staar. Ik moet ik me inhouden er niet heel groot ‘wie dit leest is gek’ op te krijten. Dat vind ik zelf een heel leuke grap zo bij het GGZ. Maar met mijn empatisch vermogen, dat zelfs rekening wil houden met mensen zonder humor, is gelukkig niets mis. Al wint het ‘t ternauwernood van mijn neiging tot zwartgallige humor.

Na twintig minuten wachten, staren en appen dat het wel eens wat later kan worden naar de moeder van het vriendinnetje van Pele, loop ik voor de zekerheid toch maar even terug naar de receptie. Er blijken twéé wachtkamers te zijn. Ze zei dus toch rechts. Achteraf had het grote schoolbord te midden van het overvloedige speelgoed een heel grote bel moeten doen rinkelen. Ik zat op de kinderafdeling.

Gelukkig is er nog voldoende tijd voor een volledige intake. En dus doe ik mijn verhaal. Over hoe moe ik ben. Van het denken, van het piekeren, van het zoeken naar sleutelbossen en formulieren, van alle ballen de lucht inhouden, van de ontbrekende structuur binnen mijn gezin, van de suikerpieken na de energiedrinks die ik nodig heb om de dag door te komen, van de verwachtingen. Maar vooral moe van mezelf. Dat ik het maar niet voor elkaar krijg een balans te vinden tussen thuis en de buitenwereld, werk en privé, hobby’s en verplichtingen.

Ze laat me ter plekke een formulier invullen en ik scoor 32 van de 50. Waarschijnlijk scoor ik zo hoog door mijn hyperfocus. Want mijn concentratie is meestal ver te zoeken, maar lijstjes doe ik altijd graag. In de Cosmo (hoe stylisch ben ik?) en de Viva (ben ik een seksgodin?), maar ook testen voor autisme en hoogsensitiviteit op internet. En ik moet zeggen, ik ben er verrekte goed in. Ik scoor meestal stukken hoger dan gemiddeld. Nou ja, bij die laatste twee dan.

En dus heb ik over een paar weken een vervolgafspraak. Tegen die tijd ben ik vast alweer vergeten waar de wachtkamer ook al weer zat. En ga ik weer zonder pinpas tien minuten te laat van huis. En regel ik de oppas voor de kids de avond van tevoren. Wat kan ik zeggen? Ik ben een hopeloze chaoot en geen ster in timemanagement. Sommigen noemen het ADD.

Cruijff

Toen Johan Cruijf overleed leek Facebook te ontploffen. Velen plaats(t)en de beste man op een voetstuk. Al dan niet terecht, dat laat ik even in het midden. Hij was ongetwijfeld een revolutionair en onovertroffen in zijn vakgebied. Een levende legende, zo u wil.
Ik kende hem niet, maar via Facebook wordt de wereld een stukje kleiner en zit Barcelona praktisch om de hoek.

Hoe ver kan Amsterdam dan zijn? Herhaaldelijk heeft de wereldreis van Hoorn naar uw knusse appartementje aan de Lijnbaansgracht door mijn hoofd gespookt. Soms heb ik zelfs uitgesproken dat we binnenkort écht een keer langs zouden komen. En in de beslommeringen van alledag schoot het er altijd, op één enkel bezoekje na, bij in.

En dus verwaterde het contact. En resten enkel de herinneringen aan verjaardagen en familiefeestjes waar u tot een paar jaar geleden, voordat uw gezondheid u in de steek liet, nog wel verscheen. Soms zaten we naast elkaar. Het gesprek ging dan over de kinderen, want u was echt gek op die kleine banjers. Maar het was pas tijdens de plechtigheid, dat ik meer over ú te horen kreeg.

Vorige week stond u wel nog even in de picture hier op Facebook. Uw overlijden bereikte me via de digitale snelweg sneller dan dat ik door familie kon worden ingelicht. Uw bescheiden bijdrage aan social media was in niets te vergelijken met die van Cruijf. Maar hoe klein en bescheiden ook, het deed me beseffen dat ik die wereldreis had moeten maken. Dat het elk moment afgelopen kan zijn en dat het echte leven in het hier en nu is.

En het hier en nu is niet altijd rozengeur en maneschijn zoals de opgedofte familiekiekjes, vrijmibo’s en ‘kijk mij’-statussen ons wel willen doen geloven. We streven zo vaak geluk na, maar soms is het gewoon bagger. En moet je zoeken naar die kleine momenten die het leven het leven waard maken. Een speld in een hooiberg of de krenten in de pap. En die vind je niet tussen de narcistische uitlatingen in het selfiecircus van je mobiele telefoon.

Vroeger was ik altijd bang iets te missen. Hield ik mijn oren gespitst en ‘volgde’ ik drie gesprekken tegelijk. En ging ik liever de kroeg in om deel uit te maken van de laatste roddels dan in mijn afwezigheid zelf over de tong gaan.
En met Facebook word ik tegenwoordig op mijn wenken bediend. Ik mis geen evenement in een straal van tien kilometer, en feliciteer tussen de Instagram gerechten en bioscoopbezoeken, terloops nog iemand met het zwemdiploma van zoon of dochter. En dat alles vanuit mijn luie stoel zonder menselijke interactie.

Maar nu heeft facebook weer iets nieuws gevonden om me bewust te maken van mijn gebreken. We gaan ‘live’. Op die manier mis ik ‘het moment’ terwijl ik toch heel betrokken aan het liken, sharen en reageren ben vanaf de bank. Alsof ik mijn handen niet al vol had aan porren, ‘mensen die ik misschien ook ken’, groepsmededelingen, discussies onder nieuwsberichten en gedeelde herinneringen die ik eerder wellicht gemist had.

Ik word er een beetje moe van. Ik wil niet ‘live’, ik wil ‘life’! Met alle pieken en dalen. Maar het lijkt erop alsof ik het verleerd ben. Hoe gaat dat ook alweer?

Lieveheersbeestje

Ik heb bij voorbaat medelijden met de diertjes die het moeten ontgelden als ze ten prooi vallen aan de combinatie van haar kinderlijke enthousiasme en onhandigheid. Als een heuse padvinder speurt Pele, weckpot en vergrootglas in de hand, de tuin af. Het zojuist ontdekte lieveheersbeestje wordt tussen duim en wijsvinger vastgepakt en nauwkeurig geïnspecteerd alvorens zijn nieuwe thuis te mogen betreden. Met een beetje mazzel komt hij na een vrije val terecht op het spaarzame bodempje blaadjes.

Nog nauwelijks bekomen van alles wordt hij het komende uur door elkaar geschud, herhaaldelijk vastgepakt en nauwlettend in de gaten gehouden. Stippen worden geteld, vleugels worden gestreeld. Ik heb Pele al voorbereid op het onvermijdelijke afscheid aan het einde van de dag. Ik heb moeten lullen als Brugman, maar uiteindelijk heb ik haar duidelijk kunnen maken dat diertjes, ook insecten, thuishoren in de natuur. Voor die tijd haalt ze het onderste uit de kan en alles wat te ontdekken valt, zal ontdekt worden.

Vroeger was ik dat meisje, struinend door het oerwoud tussen slootkant en voetbalveld. Lieveheersbeestjes waren favoriet, maar ook andere krioelende wezens vond ik reuze interessant. En ook ik had de grootste moeite ze weer los te laten. Vaak was dat niet nodig, omdat ze niet zoveel meer deden na talloze onvrijwillige salto’s in een oververhit glazen oventje. Ergens was dat makkelijker dan het deksel te openen en het beestje weg te zien vliegen.
Dramatisch werd vervolgens de begrafenis ingeluid. Ouders wisten doorgaans wel hoe laat het was als we om ijsstokjes en luciferdoosjes kwamen vragen. Met verder plakband en stiften werden de mooiste kruizen en kistjes in elkaar geknutseld.

Nog steeds heb ik het in me om alles te willen ontleden. Met mijn analytische geest kunnen fabrikanten en marketeers niet zo heel veel producten aan me slijten. Bij elke kleur, zin of beweging vraag ik me af wat de bedoeling is en boet de reclamecampagne weer een stukje aan magie en glans in.

En dat werkt door in alles. Ik wil weten hoe het werkt. Welke delen van mijn brein geactiveerd worden en welke stofjes aangemaakt worden. Waarom doe ik wat ik doe? Waarom voel ik wat ik voel?
Dat ontleden werkt dan misschien in de filosofie of bij een biologieproject, in spiritualiteit of liefde kun je er helemaal niets mee. En dat maakte me de eerste jaren als moeder behoorlijk onzeker. Ik houd zielsveel van mijn twee schatten. Maar ik was bang dat dat overweldigende gevoel niet meer was dan een autistisch trekje of chemisch truckje. En dat het truckje op een gegeven moment niet meer zou werken. Dat de magie en glans plotsklaps weg zouden zijn. Net als dat je wasmiddel X links laat liggen als je weet hoe je bespeeld wordt of ja als kind zomaar niet meer geloofde in Sinterklaas.

Daardoor was ik krampachtig bezig met het analyseren van liefde, houden van en het ultieme geluksgevoel. Maar juist door het vasthouden ontglipte het moment me. Een kus of aai over de bol werd een handeling. Spontane woorden uit mijn diepste binnenste werden nauwkeurig afgewogen en kwamen eruit als logisch feit.
Het heeft een tijdje geduurd, maar nu pas voel ik zonder te ontleden. Het komt binnen en het komt eruit. Ik laat mijn lieveheersbeestje vrij.

Kipfilet en hamstrings

Diane komt naast me staan en stelt zich voor. Zij gaat me na een week aanmodderen vandaag instrueren en een fitnessplan met me opstellen. Het baart me zorgen dat ze me feilloos uit de ruimte weet te plukken als zijnde beginneling. Ik sta me hier uit de naad te werken op de fiets, maar blijkbaar val ik op door weerstand 5 op het stuurschermpje, naast mijn matige hartslag en bescheiden calorieverbruik. Maar in het rijtje strakke billen in nog strakkere broeken die met stand 18 een denkbeeldige etappe uit de ‘Tour de France’ nabootsen, is mijn sprintje 5 door de polder in mijn slobberbroek een niet te missen lachertje natuurlijk.

Ook mijn ontbrekende handdoek en vrolijk gestippelde sokken onder te korte broekspijpen zijn misschien een goede indicatie en knipperen en toeteren het groentjes-alarm rond mijn bezwete aura. Bovendien sta ik nog wat onwennig op de trappers in mijn schoongeboende hardloopschoenen, die ik tolereer tot ik zeker weet dat een nieuw paar sportschoenen een goede investering is. Want het zal niet de eerste keer zijn dat ik heel enthousiast begin, maar na een week of vier de handdoek in de ring gooi.

We gaan even rustig zitten en nemen een aantal vragen door. Na lengte en gewicht wil ze weten met welk doel ik wil sporten. Alhoewel ik in eerste instantie vooral fitter en energieker wil worden, zou ik het ook niet verkeerd vinden wat kilo’s rond mijn buik kwijt te raken. Ze vinkt de opties aan en ik werp nu toch wel nieuwsgierig een blik op het formulier. Ook al kan ik het me niet voorstellen, er zijn blijkbaar nog meer redenen om uit je comfortzone te breken. Zo zie ik bijvoorbeeld ‘gezelligheid’ staan. Nu weet ik niet hoeveel mensen zich liever het rambam zweten dan een wijntje drinken aan de bar. Maar het feit dat ik niet tot deze eerste groep behoor, maakt dat ik me nog meer een buitenstaander voel tussen de spierbundels en fitgirls.

Gelukkig beperkt het administratieve gedeelte zich tot één A4tje en is het vooral het lege blaadje erachter dat we moeten gaan invullen. En dus beginnen we aan een rondje over de vloer. Benen, rug, buik en armen. Die gaan flink afzien de komende weken. Vooral mijn armen krijgen het zwaar te verduren. Zo is er een apparaat voor mijn biceps? Triceps? Anyway, ik moet heel veel kracht bijzetten om het minimale aan gewicht omhoog te liften.
Ik wist niet eens van het bestaan van deze spiergroep. Achteraf wel als ik mijn kipfiletjes zie aanspannen. Maar ik ken ze vooral vanuit zwabberstand als ik net iets te blij iemand gedag zwaai.

En zo schijnen er nog meer spieren te zijn. Spieren tussen mijn schouderbladen? Abs? Hamstrings? Die zal ik wel niet bezitten. Maar na het proberen van verschillende martelwerktuigen, kan ik beamen dat de sportinstructrice gelijk heeft. Bijna twintig jaar fanatiek bankhangen.. Twintig jaar! En mijn spieren hebben dit weten te overleven; op eiwitten uit tosties, het heen en weer lopen naar de koelkast en sit-ups richting de afstandsbediening. Tijd om hier even bij stil te staan en me te verbazen over zo veel overlevingsinstinct van mijn minuscule krachtbundeltjes.

Maar niet te lang. Er is werk te doen. Veel werk. Vanaf nu ga ik drie keer in de week aan de slag en hoop ik iets van die spieren aan de oppervlakte te mogen verwelkomen. Calories in, calories out. Chocolonely in, sixpack out! Yes we can!